Uit: Hoofdstuk 15 De Ander
Wij en ‘de ander’ Bovenstaande voorbeelden heb ik beschreven om te laten zien dat de mens of de mensheid, altijd weer zich geërgerd heeft aan andere mensen. Redenen genoeg, denkt men. Zwarte, gele of witte huidskleur, gedrag, cultuur, religie, liberaal, socialist, Duitser of Japanner, altijd vinden wij, ook ik, redenen te over om een afstand te scheppen met anderen. Onze afwijzing of sterker onze anti gevoelens tot agressie toe, komen domweg naar boven. Waar in Gods naam is de oplossing te vinden? Want de consequentie is strijd - in het klein uitlopend opruzie tot moord, in het groot, terrorisme of werkelijke gevechten, zelfs oorlog. God heeft er – denk ik – niets mee te maken, het zijn de mensen die dit elkaar aandoen. Want waar had God de mensen moeten tegenhouden bij feiten uit de geschiedenis? Toen de Nazi’s gekozen werden? Toen de oorlog uitbrak? Toen de Nederlanders de Joden en anderen gevangen lieten nemen? Of toen een mens gaskamers bedacht? (zie Gott mit Uns). Of bij al die subtiele feitjes waarin de ander ons irriteert of macht over ons probeert te krijgen? Stop maar, we weten wel beter. |